donderdag 30 juni 2011

Per abuis

Van dichten komt mij kleine baat.
De mensen raden me dat ik ’t laat.
Als ik al dicht, dan is’t kwansuis;
ik ben slechts dichter per abuis.

Ik heb mijn lichaam dubbel lief,
ik ben mijn eigen hartedief,
ik, die mijn dichtaderen vergruis –
ik ben slechts dichter per abuis.

Ik ben bijeen van ziel tot chromosoom,
ik droom voortdurend dat ik droom,
ik huis steeds in een ander huis
en ben slechts dichter per abuis.

Ik wissel wens en vondst van plaats,
ik speel met taal, en taal naar raad-
sels die teken zijn en toon incluis,
maar ben slechts dichter per abuis.

Ik ratel met dit doodlijk apparaat
verscholen tussen keel en ruggegraat.
Met gekkepraat en vals geruis
ben ik slechts dichter per abuis.

Een voetnoot ben ik, in de pels een luis,
een zijpad dat de ware kunst doorkruist,
een achterberg, een paardenfluis-
teraar, een dichter enkel per abuis.

Jos Paardekooper

Bij gelegenheid van de derde bijeenkomst van het Deventer
Dichterscafé in De Brave Broeder, met als thema Gerrit Achterbergs 
dichtregel ‘Ben ik een dichter, dat is ’t per abuis’ (uit Democraat).
Met dank ook aan de onbekende dichter van de Beatrijs.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.