donderdag 28 juni 2012

Dichterscafé juni 2012

Dichterscafé juni 2012 - Onderwerp:
klank poëzie

Jos Paardekooper geeft een inleiding op het thema klankpoëzie (onderstaand een korte voorbeschouwing):

Dat poëzie vorm en inhoud, betekenis én klank, is, is een open deur. Een van de duidelijkste criteria voor echt geslaagde poëzie, is dat het gedicht de lezer op beide fronten raakt, zo al niet frappeert.
Van die twee componenten – die uiteraard onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, maar toch – wordt de klank het meest veronachtzaamd, zelfs in genres die het element ‘klank’ in hun naam dragen (zoals het ‘sonnet’, dat immers ‘klankdicht’ betekent). Tal van dichters hebben gepoogd ‘zuivere poëzie’ te maken, door zich speciaal, soms zelfs uitsluitend op de klank toe te leggen. In zijn meest abstracte vorm, d.w.z.; geabstraheerd van iedere betekenis, heet deze poëzie paradoxaal genoeg ‘concrete poëzie’. Geen wonder dat het vooral dada-dichters (Morgenstern, Hugo Ball, Tristan Tzara, Kurt Schwitters e.a.) en surrealisten zijn geweest die zich hierop hebben toegelegd.

Het wordt tijd dat we ons, na meer dan een jaar, ook maar eens gaan toeleggen op de klankcomponent. Het staat ieder daarbij vrij om meer of minder ver te gaan. Alles mag (alweer), niets is verboden (alweer). Wie ‘minder ver’ wil gaan, leze de prachtige poëzie van Paul van Ostaijen, zoals het wonderschone ‘Melopee’, waar de woorden elkaar door de klank oproepen (‘… Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man / waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee’).

Wie verder wil gaan, luistere naar kleine kinderen (die vaak de mooiste klankgedichten produceren, zonder het te weten), leze kinderversjes (‘Slaap als een reus, slaap als een roos, slaap als een reus van een roos’), of luistere naar de natuur, die o.a. inspiratiebron was voor Jan Hanlo (‘Tjielp tjielp’, de voorloper van het wereldwijde getwitter). Of hij/zij sla er Lewis Carroll op na, de grootste onder de nonsense-poëten, met zijn befaamde nonsense-vers ‘Jabberwockie’in Through the looking-glass (‘Twas bryllyg and ye slythy toves…’).
En bedenke dat ‘nonsens’ niet voor niks zo heet: het is taal, die nochtans no sense, geen zin, geen betekenis heeft. Maar geldt dat niet ook voor de muziek, en voor abstracte schilderijen, die juist enkel door hun kleur of compositie kunnen ontroeren?

Gedichten van deze bijeenkomst:
Bielariedoem door Alfred Bronswijk
Groene weiden door Jan van Laar
Pa door Michiel van Hunenstijn
Je zat al lang met iets door Michiel van Hunenstijn
Kei door Violet Asseruit Mane
Quatro door Maarten Douwe Bredero
Sms-'gedicht' in morse door Wim van den Hoonaard
Al een kist, krat of vat van de Phoenix gehad? door Herman Posthumus Meyjes
Bij de Dikke van Dale door Herman Posthumus Meyjes

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.