donderdag 27 maart 2014

Dichterscafé maart 2014

Dichterscafé maart 2014 - Onderwerp:
Dichtung und Wahrheit

Inleiding door Jos Paardekooper

Dichtung und Wahrheit.
Onder die inmiddels spreekwoordelijke titel publiceerde Goethe zijn vierdelige autobiografie (verschenen tussen 1814 en 1831). De tegenstelling tussen deze twee begrippen raakt aan het wezen van de poëzie. Het werd dus tijd dat we er in ons dichterscafé, na bijna drie jaar, ook maar eens aan gaan ruiken. Daarbij is het verstandig te bedenken dat het begrip ‘Dichtung’ zowel ‘gedicht’ kan betekenen als ‘verdichting’, waarmee de moeilijkheden of mogelijkheden (doorhalen wat niet verlangd wordt) zich al meteen opstapelen.

Dicht in de buurt van Goethe’s typologie ligt de Nederlandse uitspraak ‘dichters liegen de waarheid’. Deze intussen eveneens spreekwoordelijke zin wordt aan tal van dichters toegeschreven, waarbij Martinus Nijhoff en Bertus Aafjes de meeste toedichtingen krijgen. Aafjes zou zich in ieder geval in een interview in 1966 hebben laten ontvallen dat ‘dichters al te veel liegen, maar dan liegen ze de waarheid.’
Mogen wij liegen? ‘Eígenlijk niet’, zei ooit Kees Fens, gevraagd naar de essentie van het katholieke geloof. Eigenlijk mag er niet gelogen worden. Behalve dan door roomsen; en door dichters. Sinds de boekdrukkunst liegen ze zelfs alsof het gedrukt staat. En wie bij herhaling liegt, loopt grote kans op zijn woord geloofd te worden; herhaling is immers de kracht van reclame. Dat wist Multatuli al, die ons in een van zijn onweerstaanbare Geschiedenissen van gezag vertelt van Hassan, wiens dadels naar verluidt ‘driemaal groter zijn dan ze zijn.’ Aldus ‘maakte hij leugen tot waarheid door herhaling.’ Multatuli op z’n best, toen de reclame nog moest worden uitgevonden.

Dichters liegen de waarheid. Die paradox noemt W. Bronzwaer in zijn standaardwerk Lessen in lyriek (Nijmegen, 1993) onverbloemd ‘het derde wezenskenmerk van poëzie’. (De eerste twee moeten hier onbesproken blijven.) Een parafrase van zijn betoog: poëzie is een andere taalcode dan die van onze spreektaal. In die andere code zijn waarheid spreken en liegen geen contradictie. Dat kan, doordat poëzie zelf deel uitmaakt van die andere code. In zekere zin is poëtisch taalgebruik een soort ‘gestoorde’ taal, wat moge blijken bij voordracht: poëzie laat zich in een ander, nl. langzamer, bedachtzamer, tempo vertellen dan spreektaal. Poëzie is vertraagde, gecondenseerde, verdichte werkelijkheid. Als alle kunst vertraagt, verdiept het ons begrip; het bewandelt ‘een omweg naar het doel.’ In poëzie zijn we ook niet primair geïnteresseerd in ‘de waarheid’, maar in de ‘verdichting’ van de werkelijkheid, dat is: zowel de verdieping van als de samenhang in de werkelijkheid, die in het gewone leven letterlijk alledaags is en geen samenhang vertoont.

Ter afronding, eventueel ook ter ontnuchtering. Het nu volgende gedicht is al een keer gemaakt (door Ellory Mace, 2008), dus die moeite kunnen we ons helaas of gelukkig (doorhalen wat niet verlangd wordt) besparen.
 
Aafjes wist het
Andreus
Drummond de Andrade
Neruda

en ik


Dichters

Liegen
de waarheid

en niets

dan de waarheid.


Gedichten van deze bijeenkomst:
Gedichten op het thema  Dichtung und Wahrheit:
Arabesken door Violet Asseruit Mane
Landschap op mijn tafel door Nele Holsheimer (bij afwezigheid voorgedragen door Michiel van Hunenstijn)
Achternaam door Jan van Laar
Alles is illusie door Marianne - Van Halewijn
Dichters liegen de waarheid? door Arja Scheffer
Dichtung und Wahrheit door Cees Leliveld
Wilde waarheid wil ik wel! door Niels Klinkenberg
Fusion door Maarten Douwe Bredero
Dichten door Ingrid Beckering Vinckers
Wahrheit  und Dichtung door Neletta van Heuven
Dichtung und Wahrheit, een beestachtige ballade door Alfred Bronswijk
Dichtung und Wahrheit door Ingrid Willemsen

Na de pauze heeft Jos Paardekooper een eigen vertaling van het lied "het eerste meisje van de zangvereniging" van  Dirk Hermanus Witte (beroemd geworden door de vertolking van Jean-Louis Pisuisse) a capella voor ons gezongen. Bravo! De tekst is (nog) niet beschikbaar.

Gedichten zonder vastgesteld thema:
Wrede loterij door Michiel van Hunenstijn
Wróbel, 1910 door Pieter Bas Kempe
Geleden door Greet Dijkhuis
Voor de spiegel door Herman Posthumus Meyjes
Het beeld door Leen de Oude
Lente in Deventer door Cees Leliveld
Impressie van mijn zondagmiddagen door Klaas Wijnsma

Het gedicht 'Narcis' van Oeke Kruythof is door Wim van den Hoonaard voorgedragen. Het is terug te lezen op www.oekekruythof.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.