woensdag 30 april 2014

Dichterscafé april 2014

Dichterscafé april 2014 - Onderwerp:
‘Al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom’

Inleiding door Jos Paardekooper

Op de derde verjaardag van het Dichterscafé keren we terug naar de bundel Nieuwe gedichten van Martinus Nijhoff, die tijdens de tweede bijeenkomst, in mei 2011, aanleiding gaf tot het thema ‘Wees hier aanwezig, allereerste geest’, waarmee het lange slotgedicht ‘Awater’ opent.
Ditmaal zouden we ons kunnen laten inspireren door één van de andere veertien gedichten die de bundel, naast ‘Awater’, bevat. Naar believen door één enkele regel, zoals het slot van ‘Het kind en ik’, dat hierboven staat. Of door de thematiek van een van die gedichten. Of door de tijdgeest, toen en nu.

Nieuwe gedichten kreeg vorm in de jaren 1933/1934. Er viel ook toen veel te dromen en te schrijven, tachtig jaar geleden. Over de machtsovername van Hitler in Nazi-Duitsland. Over ‘de lange mars’ die Mao Tse Toeng met zijn communisten aan de andere kant van de wereld ondernam. Over de doorbraak van de automobiel als individueel vervoermiddel, ten koste van de trein; of over de uitvinding van het plastic. Heel verschillende zaken uit die jaren, die de wereld een ander aanzien zouden geven.
Maar ook over de poëzie zelf, want met het verschijnen van Nijhoffs bundel in oktober 1934 verkreeg de dichter op slag wereldbekendheid. Want het waren niet de minsten die oordeelden dat de gedichten uit deze bundel tot de beroemdste ter wereld behoorden (T.S. Eliot), en dat de bundel als geheel ‘one of the greatest works of art in this century’ was (Joseph Brodsky). Spijtig alleen dat het Nederlandstalige poëzie was…

Als het op rake regels aankomt, is er in deze bundel in ieder geval keus te over:
‘Al wat ik van mijn leven nog ooit e schrijven droom’
‘zingen is slechts hartstocht van een zweer’
‘elk woord vernieuwt de stilte die het breekt’
‘al wat geschiedt, geschiedt nog voor het eerst’
‘lees maar ,er staat niet wat er staat’
‘O moeder, zult gij ooit een bontjas dragen?’
‘Een geur van hoger honing verbitterde de bloemen’
‘Waarover wil je dat ik schrijf?’
‘Het sneeuwt tussen de korven’
‘En wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren’
‘De stoomtrein zingt, zij tilt een knie, door stoom omstuwd’.

Kortom: het wordt tijd voor …. nieuwe gedichten!

Gedichten van deze bijeenkomst:
Gedichten op het thema ‘Al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom’
Kind in mij door © Violet Asseruit Mane
De vrije hand door Pieter Bas Kempe
Schoolfoto door Michiel van Hunenstijn
Kent u Awater niet door Nele Holsheimer
Al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom door Anna Wiersma
Panta Rhei door Theo de Jong
Schepsels door © Marianne Sorgedrager- Van Halewijn
Impasse door Leen de Oude
Live it door Maarten Douwe Bredero
Dromen over een verloren toekomst door Jan van Laar
Het kind en ik door Wim van den Hoonaard
Zonder titel door Ingrid Willemsen
Al wat ik ooit te schrijven droom…door Dick Smeijers
Al wat ik van mijn leven nog ooit te schrijven droom door Cees Leliveld
Nagalm door Ingrid Beckering Vinckers
Het kind door Alfred Bronswijk
Herinnering door Alfred Bronswijk

Gedichten zonder vastgesteld thema:
De IJssel (3) door Niels Klinkenberg
De pensiongast door Jan van Laar
Zonder thema (5) door Dick Smeijers
Zonder titel door Ingrid Willemsen
Bis door Klaas Wijnsma

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.