donderdag 31 juli 2014

Dichterscafé juli 2014

Dichterscafé juli 2014 - Onderwerp:
Dichten tussen rogge en guichelheil – H.H. ter Balkt Inspirator

Inleiding door Jos Paardekooper

Niemand dichtte in 1969 als de jongeman die onder het mysterieuze pseudoniem ‘Habakuk II de Balker’ de Hollandse Olympus (3 m. onder N.A.P.) kwam bestormen. Niemand publiceerde bundels met namen als 
De gloeilampen, de varkens; of: Boerengedichten ofwel met de boerenbijl, of: Ode aan de grote kiezelwal. 
Niemand schreef gedichten op en over pissebedden, akkerdistel, vogelwikke en aardappelloof. (Niemand, op Rutger Kopland na, met een verdwaald gedicht over ‘jonge sla’.)

Niemand schreef versregels als deze:


Ik loop liever door brandnetels
dan dat ik poëzie lees,
laat staan schrijf. Wie durft dat
nog? Dit is dus geen poëzie.
Dit is een oorlogsverklaring aan
de dichters, de fossielen
van een vorig tijdperk.


‘Dit is dus geen poëzie’! Lees maar, er staat wat er staat, maar nee, dit is geen Magritte die bij gebrek aan pijptabak alsnog aan het dichten geslagen is. Dit is eerder een nazaat van de Vijftigers, met hun ‘Er is een poëzie die wij afschaffen’. 

Na enige tijd bleek achter deze vreemde gedichten, achter deze krijgshaftige semi-oudtestamentische zonderling, een schuchtere Nijmeegse onderwijzer schuil te gaan: Herman Hendrik ter Balkt, geboren op 
17 september 1938 in Usselo, opgegroeid tussen varkens, smeerwortel en rogge. 

‘Apárt hè’, zou Herman Finkers zeggen. Jazeker, en constant ‘apart’ gebleven. Want als je de titel leest van het onlangs verschenen verzameld werk: Hee hoor mij ho simultaan op de brandtorens, dan kan dat in onze letteren maar van één dichter zijn. Dat verzameld werk is het verbijsterende resultaat van bijna een halve eeuw dóórdichten, tegen alle welvaart en andere ongemakken van het hedendaagse bestaan in. Vijftig dichtbundels, volgens het register, goed voor ruim 1700 bladzijden krasse staaltjes eigengereidheid. Eindigend in wat gerust een (voorlopig) hoogtepunt van zijn poëzie mag worden genoemd: de Laaglandse hymnen. Zijnde een culturele canon van de Lage Landen in dichtvorm, resultaat van meer dan twintig jaar ploeteren. Een strofe uit het gedicht ‘De mist’ uit deze bundel (VW p. 1665):


‘Luister, “Ik bezong: weiden, het landleven, helden”.

Dooft nu de ziel? Het millennium hinnikt. Weinig
doemt op in de mist, de ledige ruimte wacht.’

Oh Muze, wilt ook ons weer inspireren, en blaas ons íets, een zandkorrel, een door de maïskneuzer geplette paardenbloempluis van H.H. ter Balkt in…


Gedichten van deze bijeenkomst:
Gedichten op het thema H.H. ter Balkt
Aardappels, te Zeddam door Pieter Bas Kempe
Voor mijn tandarts door Jan van Laar
De mestkever door Jos Paardekooper
Ezel aan de muur door Dick Smeijers
Ter Balkt door Sieth Delhaas
XYZ door Maarten Douwe Bredero
Schipbeek door Herman Posthumus Meyjes
Regelmaat door Benne Solinger (niet voorgedragen)
Laaglandse Hymne door Michiel van Hunenstijn (niet voorgedragen)
De gemiste strafschop van Wesley Sneijder door Cees Leliveld

Gedichten zonder vastgesteld thema:
Genoeg door Marianne Sorgedrager
De slechtziende 'vreemdeling' door Nele Holsheimer
Doorlopend onbereikbaar door Leen de Oude
W-a-n-d-e-l-e-n door Dick Smeijers
Links van de eik door Klaas Wijnsma

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.