donderdag 27 november 2014

De Ballade van de Prince

Luistert allen! Hoort hoe Willem
destijds aan zijn einde kwam;
hoe een onverlaat uit Frankrijk
schietend hem het leven nam!

Het was de tijd der Spaanse furie,
van beleg en van de pest,
toen – in Dillenburg geboren –
de Prince reisde richting west.

Willem huwt in al die jaren
vier keer, tactisch, een chérie:
eerst twee Anna’s , dan Charlotte
en tot slot met Colligny.

Wim was vriend van onze keizer:
Karel vijf. Maar ontevree,
was hij later, met de koning
van Hispanje, Phillips II.

En met Alva raakte Willem,
nádat hij zich eerst nog schikt,
als de Prince van Oranje,
regelmatig in conflict.

Vrienden heeft hij, maar ook velen
die hem haten als de pest:
katholieken, protestanten,
hugenoten en de rest.

Daarom kwam van Spaanse zijde
een plakkaat dat wijzend zei:
“Deze Prince van Oranje
Is van nu af vogelvrij!”

En dat heeft de Prins geweten:
velen wensten hem de dood.
Hij ontsnapt aan aanslagplegers
meestal maar ternauwernood.

Een Franse man -  nu wordt het ernstig - ,
Trekt zijn wapen, onbevreesd,
En de Prince van Oranje
Is er dan toch echt geweest.

De kogelgaten, ach u kent ze,
Getuigen van zijn ernstig wee.
Daar in Delft sprak hij de woorden:
« Dieu, mon Dieu! Ayez pitié….! »

Triest voor hem. En voor zijn liefje
was het drama daar compleet:
weduwe, was –plots- Louise;
voortaan in het zwart gekleed…

Maar wat ginder met die Gerards,
met die Balthasar geschiedt,
U, mijn waarde landgenoten
kent zijn droevig lot echt niet.

Als u sterk bent, en niet flauw valt
bij een bloedig tafereel,
lees dan verder, maar ik waarschuw:
het grijpt u vast straks naar de keel!

Na een wilde achtervolging
ergens in een Delftse straat,
vangt men hem, die Franse Gerards;
Balthasar, de onverlaat.

En de rechtbank, middeleeuws nog,
wil hem niet alleen slechts dood,
maar het vonnis is heel heftig:
straten kleuren daardoor rood:

Eerst de hand die het schot loste:
deze moet eraf, heel wreed:
met een tang knijpt men die hand af;
de tang is – echt waar – gloeiend heet.

“Dan,” zo vervolgt de rechter,
-opdat ú het echt begrijpt -
“gebruikt men weer die hete tang
waarmee men Gerards’ vlees afknijpt

tot op het bot.” Het sissend vlees
Geeft wat meer dramatiek,
En dat is waar men toch voor komt,
Dat middeleeuws publiek.

Dan snel vier paarden opgesteld,
de touwen vast gemaakt;
de zweep en dan:  Hop in galop,
totdat het bot echt kraakt,

en Balthasar, ééns een geheel,
door toedoen van vier dieren:
hij ligt gespleten op de grond.
Opeens is hij in vieren!

De rechter zegt: “nu, luistert beul,
ook als het u benart:
pak uw mes en snij gezwind
uit zijn lijf, diens hart,

en smijt dit dan met al uw kracht
in Balthazar’s gelaat,
opdat hij dan de ernst beseft
van zijn euveldaad.”

En daarna - want hij moet echt dood –
moet Balthazar onthoofd;
dat heeft de Rechter immers aan
het Hollands volk beloofd.

Vier ‘leden’ worden dan getoond,
zoals dat immers hoort,
bij Ketel-, Haag- en Oost- en bij de
Waterslootsepoort.

En vóór het huis van wijlen Wim
-Louise tot vermaak-
staat dan het hoofd van Balthazar
gespiest op houten staak.

Wat later steelt een priester dan
het hoofd, om mee te zeulen
als een trofee naar het paleis
der bisschop, daar in Keulen.
---------------------------------------------
Wat leert ons dit, geacht publiek?
Wat is van dit de les?
Wellicht dat dit de lering was
voor mensen van IS!

Niels Klinkenberg

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.